Sterfgevallen als gevolg van cocaïne

De bezorgdheid over de gezondheidsrisico’s van cocaïnegebruik neemt toe, met name gezien de trend in een aantal landen van een stijgend recreatief gebruik in vooral door groepen jongeren bezochte disco’s en clubs. Ondanks de problemen bij het schatten van het aantal sterfgevallen als gevolg van cocaïne, kan deze trend toch een nuttige indicator zijn voor verhoogde risico’s en een bijdrage leveren aan het in kaart brengen van risicopatronen van cocaïnegebruik. Acute sterfgevallen waarbij cocaïne een rol speelt (en waarbij er geen sprake is van opiatengebruik) lijken in Europa weinig voor te komen, maar dat is waarschijnlijk ook een gevolg van het feit dat cocaïnegerelateerde sterfgevallen in de huidige statistieken onvoldoende als zodanig geregistreerd worden. Er is op Europees niveau slechts beperkte informatie over sterfgevallen als gevolg van cocaïne beschikbaar en deze wordt ook nog eens op uiteenlopende wijze gerapporteerd. Cocaïnegebruik komt vaak voor onder opiatengebruikers en het is niet ongebruikelijk dat in de toxicologische analyses van slachtoffers van een overdosis opiaten niet alleen andere stoffen zoals alcohol en benzodiazepinen, maar ook cocaïne wordt aangetroffen.

De volgende landen hebben informatie verstrekt over sterfgevallen in 2003 als gevolg van cocaïne (nationale Reitox-verslagen): Duitsland (25 gevallen waarbij uitsluitend cocaïne is betrokken en 93 gevallen van cocaïne in combinatie met andere drugs; de cijfers voor 2002 waren respectievelijk 47 en 84); Frankrijk (10 sterfgevallen als gevolg van uitsluitend cocaïne en 1 in combinatie met een geneesmiddel); Griekenland (2 gevallen als gevolg van cocaïne), Hongarije (4 sterfgevallen als gevolg van een cocaïneoverdosis), Nederland (17 sterfgevallen in 2003 als gevolg van cocaïne, met een stijgende tendens tussen 1994 - 2 sterfgevallen - en 2002 - 37 gevallen); Oostenrijk (in 30% van de drugsgerelateerde sterfgevallen werd cocaïne aangetroffen, maar in slechts 3 gevallen was er sprake van uitsluitend cocaïne en in 1 geval betrof het een combinatie van cocaïne en gas); Portugal (hier is in 37% van de drugsgerelateerde sterfgevallen cocaïne aangetroffen) en het Verenigd Koninkrijk (de “meldingen” van cocaïne op overlijdensakten is toegenomen van 85 in 2000, tot 115 in 2001 en 171 in 2002, zodat het aantal meldingen tussen 1993 en 2001 verachtvoudigd is). In het nationale Reitox-verslag 2003 meldt Spanje dat in 2001 in 54% van alle drugsgerelateerde sterfgevallen cocaïne aangetroffen is; in 39 gevallen (dat is 8% van alle drugsgerelateerde sterfgevallen) speelden opiaten geen rol, 21 van die 39 sterfgevallen waren uitsluitend aan cocaïne toe te schrijven en 5 aan cocaïne in combinatie met alcohol.

Ondanks de beperkingen die aan de beschikbare informatie zijn verbonden, lijkt cocaïne een bepalende rol te hebben gespeeld in 1 tot 15% van de drugsgerelateerde sterfgevallen in landen die bij de doodsoorzaak een differentiatie konden maken naar de verschillende soorten drugs. In een aantal landen (Duitsland, Spanje, Frankrijk en Hongarije) was cocaïne een bepalende factor in 8-12% van de drugsgerelateerde sterfgevallen. Hoewel het erg moeilijk is om op basis van deze gegevens cijfers te extrapoleren voor heel Europa, zou dit kunnen betekenen dat er op Europees niveau jaarlijks sprake is van enkele honderden drugsdoden als gevolg van cocaïnemisbruik. Hoewel dit aantal veel lager is dan de sterfgevallen als gevolg van opiaten, vormen cocaïnegerelateerde sterfgevallen een ernstig en mogelijk groeiend probleem; in de weinige landen waarvoor schattingen van trends kunnen worden gemaakt, lijken de beschikbare gegevens op een stijgende lijn van die problemen te wijzen.

Daarnaast kan cocaïne ook een rol spelen bij sterfgevallen als gevolg van cardiovasculaire problemen (hartaritmie, hartinfarcten en hersenbloedingen; zie Ghuran en Nolan, 2000)), met name bij gebruikers die vatbaarder zijn voor bepaalde ziekten; veel van deze sterfgevallen worden waarschijnlijk niet als zodanig geregistreerd.