Hoofdstuk 3
Cannabis

Prevalentie en patronen


Figuur 3 Recent gebruik (laatste maand) van cannabis onder jongvolwassenen (15-24 jaar) op basis van landelijke enquêtes onder de bevolking

NB:

De gegevens zijn afkomstig van de meest recente landelijke enquêtes in elk land.

Sommige landen hanteren een leeftijdsgroep voor jongvolwassenen die licht afwijkt van de leeftijdsgroep die het EWDD als standaard gebruikt. Verschillen in leeftijdscategorieën kunnen in geringe mate verantwoordelijk zijn voor verschillen tussen landen.

Bronnen: Nationale Reitox-verslagen 2004, gebaseerd op onderzoeksverslagen of wetenschappelijke artikelen. Zie ook tabel GPS-0 in het Statistical Bulletin 2005.

print


Cannabis is verreweg de meest gebruikte illegale drug in Europa. Uit recente bevolkingsenquêtes blijkt dat tussen de 3 en 31% van de volwassen (tussen 15 en 64 jaar) minimaal één keer in hun leven cannabis heeft geprobeerd (“ooit”-gebruik). De laagste prevalentiepercentages voor het “ooit”-gebruik worden aangetroffen op Malta (3,5%), Portugal (7,6%) en Polen (7,7%); Frankrijk (26,2%), het Verenigd Koninkrijk (30,8%) en Denemarken (31,3%) kennen de hoogste percentages. In de meeste landen (in 15 van de 23 landen waarvoor informatie beschikbaar is) ligt het “ooit”-gebruik tussen de 10 en 25%.

Tussen de 1 en 11% van de volwassenen geeft aan in de laatste 12 maanden (“recent gebruik”) cannabis te hebben gebruikt, waarbij Malta, Griekenland en Zweden de laagste prevalentie melden en Tsjechië, Frankrijk, Spanje en het Verenigd Koninkrijk de hoogste. De meeste landen (14) rapporteren een prevalentiepercentage voor recent gebruik tussen de 3 en 7%.

Op basis van de beschikbare nationale cijfers kan een schatting worden gemaakt van het totale aantal volwassenen (15-64 jaar) in de EU dat cannabis gebruikt. Het lijkt erop dat naar schatting 20% van de totale populatie, dat wil zeggen meer dan 62 miljoen mensen, ooit cannabis heeft geprobeerd. Wanneer gekeken wordt naar het recent gebruik van cannabis (de laatste 12 maanden) daalt dit cijfer naar ongeveer 6% van de volwassenen (dat is meer dan 20 miljoen mensen). Ter vergelijking: in de Amerikaanse enquête onder gezinnen over drugsgebruik (SAMHSA, 2003) wordt gemeld dat 40,6% van de volwassenen (12 jaar en ouder) minstens één keer cannabis of marihuana heeft gebruikt, terwijl 10,6% aangeeft een van deze drugs gedurende de afgelopen 12 maanden te hebben gebruikt. Onder de 18- tot 25-jarigen zijn deze percentages respectievelijk 53,9% (“ooit”-gebruik), 28,5% (laatste 12 maanden) en 17% (laatste maand) (37).

Net als bij de andere drugs zijn het de jongvolwassenen die over de gehele linie een hoger gebruikspercentage rapporteren. Tussen de 11 en 44% van de jonge Europeanen tussen de 15 en 34 jaar geeft aan ooit cannabis te hebben geprobeerd, waarbij de laagste prevalentiepercentages in Griekenland, Portugal en Polen te vinden zijn en de hoogste in Frankrijk (39,9%), het Verenigd Koninkrijk (43,4%) en Denemarken (44,6%). Recent gebruik van cannabis wordt door 3-22% van de jongvolwassenen gerapporteerd, met de laagste percentages in Griekenland, Zweden, Polen en Portugal, en de hoogste in het Verenigd Koninkrijk (19,5%), Frankrijk (19,7%) en Tsjechië (22,1%); 11 landen melden een prevalentie voor recent gebruik van tussen de 7 en 15%.

Van de 15- tot 24-jarige Europeanen geeft 9-45% aan ooit cannabis te hebben gebruikt, waarbij de percentages in de meeste landen uiteenlopen van 20 tot 35% procent. Recent gebruik van cannabis (de laatste 12 maanden) wordt door 4-32% gemeld, waarbij de percentages in de meeste landen tussen de 9 en 21% liggen (38).

Net als bij andere illegale drugs is het cannabisgebruik onder mannen aanzienlijk hoger dan onder vrouwen, hoewel dit verschil tussen de landen wel varieert. De verhouding tussen mannen en vrouwen voor het “ooit”-gebruik varieert van 1,25:1 tot 4:1 (dat wil zeggen 1,25 tot 4 mannen tegenover elke vrouw) en voor het recent gebruik van ongeveer 2:1 tot 6:1. Uit enquêtes blijkt ook dat het cannabisgebruik vaker voorkomt in stedelijke gebieden en in gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid. De geconstateerde nationale verschillen zouden dus deels veroorzaakt kunnen worden door verschillen in urbanisatieniveaus, hoewel ook wordt gemeld dat het recreatieve drugsgebruik zich vanuit de stedelijke gebieden naar het platteland verspreidt.

Uit het feit dat de percentages voor recent en actueel gebruik aanzienlijk lager zijn dan die voor het “ooit”-gebruik, kan afgeleid worden dat het gebruik van cannabis incidenteel is of dat er na enige tijd weer mee wordt gestopt. In de meeste landen van de EU geeft 20-40% van de volwassenen die ooit cannabis heeft geprobeerd, aan dat zij dit ook gedurende de laatste 12 maanden hebben gedaan en 10-20% meldt in de laatste 30 dagen cannabis te hebben gebruikt (“continueringspercentages”).

In recente enquêtes wordt door 0,5-9% van alle volwassenen gerapporteerd dat er in de laatste maand cannabis is gebruikt (in veel landen ligt dit percentage tussen de 2 en 4%). Voor jongvolwassenen is dat percentage 1,5-13% (waarbij dit percentage in veel landen tussen de 3 en 8% ligt) en voor de 15-tot 24-jarigen 1,2-16% (in veel landen tussen de 5 en 10%) (figuur 3). Een zeer grove schatting is dat 1 op de 10 tot 20 jonge Europeanen een actueel gebruiker van cannabis is. Tot de landen met de laagste prevalentiepercentages voor actueel gebruik behoren Malta, Griekenland, Zweden, Polen en Finland, terwijl de hoogste prevalentiepercentages in het Verenigd Koninkrijk en Spanje worden aangetroffen.

In het jaarverslag 2004 (EWDD, 2004a) zijn gegevens opgenomen over de frequentie van het cannabisgebruik gedurende de laatste 30 dagen. Hieruit blijkt dat ongeveer een kwart (19-33%) van degenen die in de laatste maand cannabis hebben gebruikt, dit ook (vrijwel) elke dag doet (39); het betreft hierbij voornamelijk jonge mannen. Naar schatting gebruikt 0,9-3,7% van de 15- tot 34-jarige Europeanen dagelijks cannabis en zo’n 3 miljoen Europeanen deze stof mogelijk (vrijwel) elke dag.


(37) Opgemerkt dient te worden dat de onderzochte leeftijdscategorie (12 jaar en ouder) in het Amerikaanse onderzoek ruimer is dan de leeftijdscategorie die het EWDD voor de EU-enquêtes hanteert (15-64 jaar). Aan de andere kant is de leeftijdscategorie die in het SAMHSA-onderzoek voor jongvolwassenen (18-25 jaar) wordt gehanteerd, beperkter dan in de meeste EU-enquêtes (15-24 jaar).

(38) Zie figuur GPS-2 in het Statistical Bulletin 2005.

(39) Zie het jaarverslag 2004. De betreffende informatie heeft betrekking op het gebruik gedurende 20 dagen of meer in de laatste maand; dat ook wel aangeduid wordt als (vrijwel) dagelijks gebruik.