Inhoud van programma’s en activiteiten

Dankzij de toename van programmagerichte interventies en een betere gestandaardiseerde informatieverzameling is het nu mogelijk de inhoud van en de trend in het preventiebeleid te evalueren en een vergelijking te maken tussen de Europese landen. De informatie is doorgaans afkomstig van nationale deskundigen of deskundigengroepen die een betrouwbaar overzicht hebben van de situatie in hun land waardoor zij in staat zijn gestandaardiseerde ramingen te verstrekken. In sommige lidstaten, zoals Griekenland en Hongarije, is de informatie gebaseerd op kwantitatieve gegevens van gemonitorde programmatische interventies.

De meeste lidstaten bieden als preventieve actie een cursus persoonlijke en sociale vaardigheden in scholen. Tot de onderwerpen die tijdens die training aan de orde komen, behoren besluitvorming, het weerstand kunnen bieden aan verleidingen, het stellen van doelen en assertiviteit, communicatie en inlevingsvermogen. Deze concrete techniek, afgeleid van theorieën over sociaal leren (35), lijkt nu in de meeste lidstaten als een belangrijke methodologie voor preventie gebruikt te worden, zelfs in landen waar een programmatische aanpak ontbreekt (Frankrijk, Luxemburg en Zweden) (tabel 2). Estland meldt een grootschalige verspreiding van een boek over het aanleren van sociale vaardigheden.


Tabel 2: Preventie op school in Europa


In veel lidstaten speelt voorlichting nog steeds een centrale rol in de drugspreventie (zie tabel 2). De beperkte waarde van voorlichting bij de preventie van drugsgebruik wordt echter maar schoorvoetend onderkend (zie bijvoorbeeld het Zweedse nationale verslag). Interventies die uitsluitend op gezondheidsvoorlichting zijn gebaseerd, beperken zich slechts tot het beïnvloeden van cognitieve processen en missen vaak concrete componenten voor een gedragsmatige en sociale interactietraining. Ondanks de huidige kennis over effectieve drugspreventie worden dergelijke methoden in sommige landen echter nog veel toegepast.

Er zijn twee verklaringen waarom drugspreventie nog altijd op deze wijze plaatsvindt. De eerste verklaring is gebaseerd op de instinctmatige en traditionele veronderstelling dat voorlichting over drugs en de risico’s die aan drugsgebruik verbonden zijn, een afschrikwekkend effect hebben. De tweede verklaring weerspiegelt een zeer recente trend, vooral geïnspireerd door voorstanders van de beperking van schadelijke gevolgen. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat jonge mensen met behulp van cognitieve vaardigheden tot beter gefundeerde beslissingen en keuzes komen dan via een gedragsmatige aanpak. Voorstanders van deze techniek zijn van mening dat een gedragsmatige aanpak van drugspreventie, zoals het verbeteren van de sociale vaardigheden, bevoogdend is en het drugsgebruik demoniseert (Ashton, 2003; Quensel, 2004). Zij achten het beter om jonge mensen via voorlichting de cognitieve instrumenten te verschaffen die zij nodig hebben. Ondanks de verschillende tradities, beschouwen beide preventiestromingen gezondheidskeuzes, en met name drugsgebruik, als een persoonlijke rationele keuze, terwijl er binnen de gezondheidswetenschappen juist een brede consensus bestaat dat sociale factoren (leefomgeving, leeftijdsgenoten, normen) en persoonlijke factoren (karakter, wetenschappelijke en emotionele vaardigheden) meer invloed hebben op het gedrag ten aanzien van gezondheid en drugsgebruik dan pure cognitie.

Het verkeerde beeld dat in leeftijdsgroepen bestaat, namelijk dat drugsgebruik normaal en sociaal aanvaardbaar zou zijn, is het belangrijkste cognitieve element dat door preventie beïnvloed kan worden. Een “ooit”-gebruik van cannabis van 30% onder jongvolwassenen betekent in feite dat meer dan tweederde deel van deze populatie nooit cannabis heeft gebruikt en dat is de echte “normaliteit’. Ondanks de aangetoonde voordelen van technieken die gericht zijn op het normbesef van jonge mensen (Reis et al., 2000; Taylor, 2000; Cunningham, 2001; Cuijpers et al., 2002), worden deze in Europa nog nauwelijks toegepast.


(35) fnGedrag wordt gezien als een resultaat van sociaal leren aan de hand van rolmodellen, de normen en attituden van “belangrijke anderen” (Bandura, 1977). Een negatieve attitude ten opzichte van drugsgebruik en een beschermende zelfredzaamheid kunnen aangeleerd of geconditioneerd worden. Dit concept vormt de basis van de methode waarbij leeftijdsgenoten als rolmodel worden gebruikt en van het specifieke “life skill” model.