Monitoring en kwaliteitscontrole

Een goede monitoring en een verbetering van de kwaliteit van preventie zijn in hoge mate afhankelijk van de beschikbaarheid van een adequaat overzicht van bestaande activiteiten en de inhoud daarvan. De lidstaten hechten daarom ook steeds meer waarde aan het monitoren van preventieprogramma’s. Zo hanteren Duitsland (33) en Noorwegen (34) nu nieuwe systemen. Deze ontwikkeling wordt ook geïllustreerd door het Hongaarse onderzoeksproject “Lights and Shadows” waarbij informatie is verzameld over de inhoud, doelstellingen, methodologie, doelgroepen en dekking van preventieprogramma’s in scholen. Ook in Tsjechië en in Vlaanderen (via “Ginger”) vindt monitoring van de preventieprogramma’s plaats. Helaas heeft Spanje het programma “IDEA Prevención” opgegeven. Dit programma was jarenlang het best ontwikkelde Europese systeem voor de monitoring en kwaliteitscontrole van preventiemaatregelen.

Informatiesystemen over preventie kunnen ook een bijdrage leveren aan het traceren van ondoelmatige praktijken en programmaonderdelen. In een aantal lidstaten worden bijvoorbeeld nog steeds eenmalige voorlichtingssessies of lezingen door deskundigen en politiefunctionarissen gehouden, hoewel uit onderzoek eenduidig blijkt dat dergelijke interventies niet effectief, en wellicht zelfs contraproductief zijn (Canning et al., 2004).

Alleen door een systematische registratie van preventieactiviteiten kan de inhoud van preventieprogramma’s worden geëvalueerd zodat deze vervolgens, op basis van de bestaande kennis over de effectiviteit, doelgericht voor specifieke groepen ingezet kunnen worden. Richtsnoeren of normen voor de tenuitvoerlegging van preventieprogramma’s zijn essentieel, met name in landen waar de preventie in hoge mate gedecentraliseerd plaatsvindt.


(33PrevNet.

(34www.forebyggingstiltak.no.