Hoofdstuk 2
Scholen, jongeren en drugs


Kader 3: De Europese studie naar de consumptie van alcohol en andere drugs op school (ESPAD): een steeds belangrijker instrument voor een beter inzicht in het drugs- en alcoholgebruik onder jonge mensen

De ESPAD-enquête is een belangrijke informatiebron over drugs- en alcoholgebruik onder Europese scholieren en is van onschatbare waarde voor het vaststellen van trendmatige ontwikkelingen. In 1995, 1999 en 2003 zijn er ESPAD-enquêtes gehouden. Het gebruik van gestandaardiseerde methoden en instrumenten bij nationale representatieve steekproeven onder scholieren van 15 en 16 jaar levert kwalitatief hoogwaardige, vergelijkbare gegevensreeksen op. Het aantal deelnemers aan ESPAD neemt bij elke enquête toe en zowel lidstaten van de EU als landen van buiten de EU nemen eraan deel. In 1995 waren dat 26 Europese landen (inclusief de tien landen die in mei 2004 tot de EU zijn toegetreden). In 1999 bedroeg het aantal deelnemende landen al 30, terwijl dit aantal in de enquête van 2003 was toegenomen tot 35 landen, waaronder 23 lidstaten van de EU (met de tien landen die in 2004 tot de EU zijn toegetreden), drie kandidaat-lidstaten (Bulgarije, Roemenië en Turkije) en Noorwegen. Spanje heeft weliswaar niet aan het onderzoek deelgenomen, maar het ESPAD-verslag over 2003 bevat wel de nationale gegevens van de Spaanse scholenenquête (PNSD).

De vergelijkbaarheid van de gegevens uit de ESPAD-schoolenquête is te danken aan het feit dat de methode voor, en het tijdstip van gegevensverzameling alsmede de doelgroep qua leeftijd zijn gestandaardiseerd en dat er willekeurige steekproeven worden gebruikt. Daarnaast is de opzet van de vragenlijst betrouwbaar en is deelname aan de enquête gegarandeerd anoniem.

De enquêtevragen zijn met name gericht op de consumptie van alcohol (“ooit”-gebruik, recent gebruik, d.w.z. in de laatste 12 maanden, actueel gebruik, d.w.z. in de laatste maand, gemiddelde consumptie en “binge drinking”) en op het gebruik van illegale drugs (“ooit”-gebruik, recent gebruik, actueel gebruik, inclusief vragen over de frequentie van het drugsgebruik in deze perioden).

De belangrijkste bevindingen van de ESPAD-enquête 2003 in de lidstaten van de EU, de kandidaat-lidstaten en Noorwegen zijn onder meer:

  • cannabis is verreweg de meest gebruikte illegale drug;

  • ecstasy wordt na cannabis het meest gebruikt, maar de ervaringsgraad is relatief laag;

  • de ervaring met amfetaminen en LSD en andere hallucinogenen is laag;

  • hoewel de prevalentie relatief laag is, zijn paddo’s (“magic mushrooms”) de meest gebruikte hallucinogenen in twaalf EU-landen;

  • tot de andere middelen die scholieren gebruiken, behoren kalmerende middelen en sedativa zonder medisch voorschrift (met 17% als het hoogst gerapporteerde nationale percentage) en inhaleermiddelen (met een nationaal maximum van 18%);

  • de “laatste maand”-prevalentie van “binge drinking” (gedefinieerd als de consumptie van minimaal vijf opeenvolgende alcoholische drankjes) loopt aanzienlijk uiteen tussen landen.

Voor informatie over de ESPAD-enquête en het meest recente verslag wordt verwezen naar de ESPAD-website.


Vergelijkbare gegevens over het gebruik van alcohol en drugs onder jonge mensen zijn meestal afkomstig van enquêtes onder 15- en 16-jarige scholieren. In het kader van de Europese studie naar de consumptie van alcohol en andere drugs op school (ESPAD) zijn in 1995 en 1999 enquêtes afgenomen. De meest recente enquête dateert uit 2003 (Hibell et al., 2004) en heeft vergelijkende gegevens opgeleverd voor 22 lidstaten van de EU, Noorwegen en drie kandidaat-lidstaten (Bulgarije, Roemenië en Turkije). Via andere schoolenquêtes (bijvoorbeeld in Nederland, Zweden en Noorwegen) en enquêtes naar het gezondheidsgedrag van kinderen in de schoolgaande leeftijd (Health Behaviour in School-aged Children surveys - HBSC) is ook informatie beschikbaar over het drugsgebruik onder scholieren; de resultaten vertonen veel overeenkomsten.